Lang geleden was er die reclame op televisie, het zal voor soep of pindakaas ofzo geweest zijn, waarbij een Friese boer riep: "t ken net, 't ken net!" Waarop een groepje schaatsers een nat pak haalde omdat ze dachten dat het ijs nét zou houden. Bij sommige Friezen werkt het andersom net zo; als je zegt dat iets niet kan stropen ze juist hun mouwen op onder 't gemompel van "tink omme hûn, oant sjien" (vrij vertaald: "dat zullen wij nog wel eens zien!"). Jillert is zo'n Fries; hij is revalidatie arts en we hebben hem gevraagd nog eens naar de knieën van Max te kijken. Of wij in wonderen geloven? Ja. Neeeej, niet in de wonderen van Jomanda of Derek. Maar Jillert vertelde ons een verhaal over een een congres waar hij te gast was; de spreker had de aanwezigen gevraagd om één hand zo hoog mogelijk in de lucht te steken. Alle congresgangers gingen op hun tenen staan en strekten hun arm omhoog. Waarop de spreker de aanwezigen complimenteerde met het behaalde resultaat maar vroeg om nog íetsjes hoger te reiken. En de mensen deden nóg meer hun best, gingen op het puntje van hun tenen staan en rekten hun armen zowaar een paar millimeter hoger uit. Wat theoretisch onmogelijk is want je kunt niet hoger dan zo hoog mogelijk. Stel nou dat Max met een paar millimeters extra strek in zijn knieën er misschien een beetje op zou kunnen staan of leunen, zou dat geen wonder zijn?
En mocht zelfs Jillert zeggen dat het niet kan dan zullen wij niet langer alleen maar accepteren maar kunnen wij ook berusten. Want dan zijn we er tenslotte zelfs mee naar het buitenland geweest!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten